Afgelopen week was ik uitgenodigd voor het congres over “IJzersterke business cases in de Zorg”. Hier volgt een kleine samenvatting van de dag.
’s Ochtends sprak de voorzitter van de raad van bestuur van het Medisch Centrum Alkmaar over zijn visie op de ontwikkeling van het elektronisch patiëntendossier EPD.
De heer Kedzierski gaf duidelijk aan dat men moest oppassen om niet op verouderde techniek een EPD te ontwikkelen. Er zijn in zijn ogen genoeg technische ontwikkelingen beschikbaar waar op dit moment te weinig gebruik van wordt gemaakt, zoals webbased applicaties. Tevens hoeven we in zijn ogen niet bang te zien voor de beveiliging van persoonsgegevens door derden, aangezien zij het zich niet kunnen permiteren om dit niet goed op orde te hebben.
Daarnaast opperder de heer Kedzierski de stelling dat Nederland te klein is voor de ontwikkeling van aparte ziekenhuisinformatiesystemen en EPD’s.
De volgende spreker (voorzitter van de OIZ) had voornamelijk een negatieve toon over het NICTIZ. De trage ontwikkelingen rondom de ontwikkeling van de normen werd door de voorzitter als voornaamste oorzaak naar voren gebracht voor de trage ontwikkeling van EPD’s. Diverse signalen uit de zaal waren het hier niet mee eens.
Hierna kwam een verzekeraar, een bank en Henk Bosma (raadslid van de RVZ) aan het woord. Vanuit hun verschillende posities werd de ziekenhuissector in combinatie met de IT sector duidelijk in kaart gebracht. Helaas werd er niet expliciet een koppeling gemaakt richting het ontwikkelen van business cases.
Na de lunch was het tijd voor de “ijzersterke” business cases. Ik heb het woord ijzersterk tussen haakjes gezet, omdat de eerste drie business cases, die ik heb gezien, geen business case genoemd konden worden.
De setting was als volgt. Voor een panel van drie leden konden zes partijen hun business case presenteren (ala Dragons Den met Jort Kelder)
De eerste presentatie ging over een Elektronisch Verpleegkundig Dossier (EVD). Dit dossier is ontwikkeld in het MCA en zorgt ervoor dat een papieren dossier op de afdeling verleden tijd is. Daarnaast biedt het programma functies, die fungeren als een soort waakhond, waardoor het aantal fouten in de registratie sterk gereduceerd wordt.
Een heel mooi product. Toch was het jammer om geen duidelijke business case te zien. Het programma was al ontwikkeld en de spreker vertelde tevens dat men van tevoren geen duidelijke business case had hoeven presenteren voor het starten van het project. In feite dus precies hoe het niet zou moeten, als je de risico’s wilt beperken van projecten.
De volgende presentatie was van Mia van Leeuwen van Stichting Transmurale Zorg. Zij heeft zich bezig gehouden met de ontwikkeling van POINT. Deze oplossing is meer gericht op alle ketenpartners. Hierbij biedt het systeem ondersteuning bij de overdracht van patiënten van de ene zorgaanbieder naar de ander. Weer een prachtige ontwikkeling, maar de business case was matig uitgewerkt.
De derde spreker was een ondernemer die zich bezighield met telegeneeskunde. Deze man presenteerde geen enkele case, maar stond eerder te preken voor een eigen parochie. Na meerdere keren aandringen uit publiek kon de man nog geen business case presenteren.
Ik ben benieuwd hoe het verder is verlopen, aangezien ik weg moest na deze drie presentaties. Mocht iemand dat weten, dan lees ik het graag in de reacties.
Wat mij het meeste versteld heeft doen staan, is de beperkte kennis over het maken van business cases in de zorg. Men gebruikt de term voor verschillende dingen, zoals:
- business model (vedienmodel)
- een project
- een kansrijk project
- etc.
Ik zal daarom in de aankomende week mijn visie hier publiceren over het ontwikkelen van business cases in de gezondheidszorg en een paar links posten naar goede voorbeelden uit de praktijk.






