Zoals afgesproken heeft CZ het verantwoordingsdocument openbaar gemaakt. In dit document zet CZ uiteen welke normen en criteria zijn toegepast om te bepalen welke instellingen de voorkeur verdienen voor het uitvoeren van een mammacarcinoom (borstkanker).
Transparant
Ik laat de discussie over de normen en criteria aan de zorgprofessionals, maar één ding is duidelijk:”Voor een leek is het goed te begrijpen.” Doe je als zorginstelling en specialist veel ingrepen op het gebied van borstkanker dan ben je een hofleverancier voor CZ. Doe je dat niet, dan daal je in de ranking. Een logische redenatie als je ervan uitgaat dat de kwaliteit van de ingreep een positieve relatie heeft met het aantal ingrepen die worden uitgevoerd in het ziekenhuis. CZ komt op deze wijze aan een verdeling in vier categorieën voor de diverse prestatieniveaus.
4 Categorieën
Categorie 1 en 2: De volumenorm voor het aantal ingrepen is voor beide categorieën hetzelfde, namelijk minimaal 150 ingrepen op jaarbasis per instelling en minimaal 30 ingrepen per chirurg. Bij categorie 1 ligt de kwaliteit van de levering van zorg echter een stuk hoger.Dit onderscheidt wordt onder andere gemaakt door hogere CQ-scores te eisen (Consumer Quality Index).
Categorie 3: De volumenorm ligt tussen de 150 en 70 ingrepen per instelling. Of het aantal ingrepen ligt boven de 150, maar per specialist scoort het ziekenhuis niet voldoende voor een categorie 1 of 2. Daarnaast zijn er nog basiseisen voor CQ-scores.
Categorie 4: Een instelling voert minder dan 70 ingrepen uit op jaarbasis en de CQ scoren liggen nog een stuk lager.
Vrijdag publiceert CZ de ranglijst van ziekenhuizen. Lees hier het volledige rapport






